94.
Hij is ontwaakt, en duldt het plegingswerk,
Dat van de pijn der wonden doet verpoozen.
Intusschen wordt een vriendlijk zodenperk
Tot rustplaats van Klorindes stof gekozen;
En dekt haar ook geen rijke marmerzerk,
Toch bloeit de plek van leliën en rozen;
Toch is de steen niet gantsch en al misdeeld
Van opschrift en verheffend zinnebeeld.