58.
Daar golft een zee van tenten om hem heen,
Waar roode en blaauwe en groene vendels weemlen;
Daar dreunen trom en bekkenklank dooreen,
En talen, onder Oost- en Zuiderheemlen
Geboren, en 't gehinnik en gesteen
Van duizend hengsten, elefanten, keemlen,
Als had zich hier, in 't middenpunt der aard,
Heel Aziën en Afrika vergaârd.