61.
‘Dit is Antiochiën niet! Uw logen
En list vindt hier dien donkren hemel niet!
Hier straalt de zon! Hier blindt geen slaap onze oogen!
Onze oorlogskunst veranderde, als gij ziet!
Is zoo op ééns uw gloriedorst vervlogen?
Ziet gij den buit niet lokken in 't verschiet?
Gij scheent den storm zoo ijvrig te beginnen,
En - staakt hem reeds? gij Franken, neen, Frankinnen!’