39.
Nu moet wel de Beleegraar 't schuilen staken,
Daar schild noch stormstellaadje meer behoedt.
Zoo stapt hij dan, van d' eigen moed aan 't blaken,
Van 't blind gevaar het zichtbre te gemoet'.
Hier zwoegt hij om den ladder vast te haken,
Terwijl hij ginds den vasten grond doorwroet.
't Vereend geweld der onvermoeibre Franken
Maakt bres op bres - reeds slaat de muur aan 't wanken.