25.
Hij schudt het hoofd, en laat zich lachend hooren:
‘Wat niemant waagt, neem ik met vreugde op mij!
Ik houw dat woud omverre! ik wil het storen,
Dat broeinest van verwarde droomerij!
Mij wordt het bloed zoo spoedig niet bevroren:
Ik lach met wind en wolf en schimmenrij!
Ontgrendelde ook de Hel zich aan mijn voeten,
Ik zal haar met mijn eerlijk zwaard begroeten!’