9.
Zoo zamelt hij zijn macht van alle zijden,
Of liever, spoort zijn reeds vergaârde macht,
Om 't nieuwe Rijk der Franken te bestrijden,
Dat dreigend wordt door d' aanwas zijner kracht.
Nog schittert, bij Armidaas binnenrijden,
De wapenschouw in luistervolle pracht:
Een open plein, niet ver van Gazaas toren,
Was tot het weidsch verzamelpunt verkoren.