72.
Zoodra gij straks den vasten grond betreedt,
Zal u een vrouw verschijnen, oud van jaren,
Maar jong van vorm: veelkleurig is haar kleed,
Heur hoofd omstraald van golvend gouden hairen.
Gij vindt haar tot uw overtocht gereed;
Zij brengt u snel en veilig door de baren:
Geen adelaar, geen bliksem is zoo vlug -
Ook voert ze trouw na d' afloop u terug.