56.
Wij, middlerwijl, wij schieten pijlen af
En slingren marmren kogels naar beneden:
Zoo wordt het pad naar 't lang begeerde Graf
Den vijand voor zijne oogen weggesneden!’ -
Dat woord stort elk, wien reeds de moed begaf,
Vernieuwde moed en kracht in hart en leden. -
Terwijl men hier zoo groote daân bestond,
Dwaalt ginds Vafrijn door duizend benden rond.