48.
O, gun me alleen, dat ik u volgen moog'!
Die bede wordt geen vijand afgeslagen:
De roover houdt zijn eigen roof in 't oog,
En zonder buit geen trotsche gloriewagen.
Mijn keten ook past aan uw zegeboog,
Een nieuwe palm zult ge in uw lauwren dragen,
Als gij veracht die u verachtte, en ik
In 't slavenjuk moet beven voor uw blik!