7.
Zij klimmen in: de dartle golfjens streelen
De vlugge bark, die afsteekt van het strand.
De Leidsvrouw laat het zeil in 't windtjen spelen,
En stiert het roer met vaste meesterhand.
Niet moeilijk is 't, dien forschen stroom te deelen,
Gewassen tot den hoogsten oeverrand:
Toch is de boot zoo vederlicht, dat ze even
Voorspoedig door een lager kil zou zweven.