3.
Niet verre van de gouden morgenzalen
Verrijst een poort van klaar kristal in 't Oost,
Die opengaat vóór de eerste zonnestralen,
En weêr zich sluit zoodra de vroegkim bloost:
Uit haar is 't, dat de droomen nederdalen,
Waarmeê de Heer de reine harten troost;
Uit haar ook daalt op zilverwitten veder
Het vizioen op vroomen Godfried neder.