84.
In 't eind ontgaan aan 't dreigend oorlogswee.
Mag Godfried reeds het vredig kamp genaken.
Maar als een schip, dat, dobbrende op de zee,
Te ontsnappen wist aan 's afgronds holle kaken,
Doch onverwachts en in 't gezicht der reê,
Een klip ontmoet, die heel de kiel doet kraken;
Of als een ros, dat zonder ongeval
Zijn ren volbracht, maar neêrploft voor den stal: