79.
Maar als hij spreekt en glimlacht, daar vertoonen
Zich welbekende lijnen om zijn mond.
Zij zijn gezien door een der andre schoonen,
Zij grijpt hem bij de hand en spreekt terstond:
‘“Wil mij-alleen uw Ridderdienst betoonen:
Groot is uw loon, als gij me uw trouwe jont!
Gij zult mijn kleur als uitverkoorne dragen,
En nu - heb ik mijn Ridder iets te vragen.”’