19.
En eer Argant, half overeind gevlogen,
Hem volgt, daar treft een zwaardslag hem den kop.
Toch rijst hij, met vernieuwden gloed in de oogen,
Of niets hem deerde, in volle veêrkracht op.
Zoo ook verheft, door d' onweêrsvlaag gebogen,
De pijn terstond den ongeknakten top!
De strijd vernieuwt: heeft hij in kunst verloren,
Hij wint in woede, en raast als nooit te voren.