77.
De Turk vernielt, met grimmig zelfbehagen,
Al wat hij 't eerst bejegent in zijn vaart.
Hij doodt zóó snel, dat niemant ooit zijn slagen,
Maar enkel zijn verslagenen ontwaart.
De duizende belegeraars vertsagen:
't Gemompel groeit, de schrik verlamt het zwaard;
De Christenen uit Syriën ontveinzen
Hun vreeze niet, maar schreeuwen luide en deinzen.