14.
Als Tankred nu den Heiden andermaal
De snelheid van zijn lenige' arm doet blijken,
Daar brengt Argant hem 't spitse van zijn staal
Zóó dicht aan 't oog, dat hij zich haast te wijken:
Maar krachtig als de felste bliksemstraal
Doet wreede Argant zijn wapens nederstrijken,
En treft de heup des Ridders met den kreet:
‘Schermutselaar, ziedaar wat schermen heet!’