58.
Een rijke disch staat aangericht in 't gras:
De spijze geurt, de volle bekers gloeien.
En ziet! twee nymfen baden in den plasch,
En schateren en dartelen en stoeien.
Zij zwemmen weg, en keeren, even ras,
In wedstrijd met de golfjens die er vloeien.
Zij duiken neêr, en rijzen naast elkaâr,
En toonen 't hoofd en 't blanke schoudrenpaar.