6.
Dat Rijk begrenst aan rechte en slinke zij'
Het geurenland der weeldrige Arabieren,
En 't Roode Meir - ja, 't reikt die zee voorbij,
Tot hoog in 't Oost. Zijn schatten doen het tieren;
Maar meerder nog de wijze heerschappij
Zijns Kalifs, wien de schoonste deugden sieren:
Die maken hem, die koningsstaf en zwaard
Met roem vereent, het purper dubbel waard.