29.
‘Hoe!’ vraagt Ubout, ‘gaf dan de Heer der heeren
Voor 's waerelds schuld Zijn leven ten rantsoen,
Opdat heur helft Zijn heillicht zou ontbeeren,
Om in den vloek der zonde voort te woên?’ -
‘“Neen!” spreekt ze, “ook dáár zal eens het Kruis regeeren,
En Kennis en Beschaving bloeien doen!
Eens wordt geheel die ongetelde menigt'
Van volkren met úw volkeren vereenigd.