53.
Hij roept terstond, van ongeduld aan 't branden,
Sigier, die 't ander schild en d' ijfel droeg:
‘Mijn paadje, kom! geef me uit uw trouwe handen
Die lichter last! Ik marde lang genoeg.
Den weg vervolgd door deze vestingwanden!
De bres verwijd die de ijzren stormbok sloeg!
't Is meer dan tijd, dat nu voor aller oogen
Een edel werk getuig' wat wij vermogen!’