60.
Zóó steigert ook de Morgenster uit zee,
Daar in heur glans de golfjens spelevaren;
Zóó werd weleer de blonde Afrodité
Geboren uit het blanke schuim der baren.
De schoone rijst, en draagt de paarlen meê,
Die drupplen uit het golvend blond der hairen;
Nu blikt zij rond, en veinst, dat ze in 't verschiet
Voor 't eerst en tot haar schrik de Ridders ziet.