27.
Zóó sterkt men, boven, 't halfrond, dat beneden
Aan de open vlakte grenst. Hier knerssentandt
Die Solyman, die, met zijn reuzenleden,
Een ceder schijnt, hoog op een rots geplant:
Hier ook herkent ge aan zijn gejaagde schreden
En dreigend stierenhoofd den wilde' Argant:
Hier, op den trans van d' allerhoogsten toren,
Ziet gij vooral Klorinde in 't krijgskleed gloren.