51.
Het eind der zaak hebt gij niet kunnen weten:
Zij 't duistre dan u verder opgeklaard!
Toen nu Armide ervoer wie uit heur keten
Een buit ontsloeg, met zooveel list vergaârd,
Heeft zij verwoed heur handen stukgebeten,
En met een lach, heur slangeninborst waard,
“Neen, nooit,” riep ze uit, “zal hem de glorie streelen,
Dat hij dus mijn gevangnen wist te ontstelen!