18.
De vlugge boot ontwijkt in 't ruime sop
De groote Syrte, een doorn in zeemans oogen.
Judékaas kaap verheft alreê den top,
En Magraas engte is ijlings doorgevlogen.
Ziet! Tripoli daagt uit den nevel op,
Ook Malta rijst en - is den blik onttogen.
Met de andre Syrten deinst Alzerbe, oudtijds
Den Lotophaag een waereldsch paradijs.