8.
'k Heb ook een hart, dat met triomfgezang
Kan sterven, de eer begeerend boven 't leven!’
‘“Juist!”’ zegt Klorinde, ‘“Uw daad zal eeuwen lang
Na dezen dag daarvan getuignis geven!
Ach, ik ben slechts een vrouw! Mijn ondergang
Schaadt Salem niet! Maar gij, zoo gij moest sneven,
- De Hemel-zelf verhoede 't duizendwerf! -
Wie zou de Stad ontrukken aan 't verderf?”’