Skip to content
1856

Jeruzalem verlost. Deel 2

Torquato Tasso

114.

Hij vraagt: ‘Vafrijn, hoe kwaamt gij hier? wanneer? En wie zijt gij, teêrhartigste aller schoonen?’ Zij zucht, van hoop en twijfel evenzeer, En 't roosje' ontluikt op heur albasten koonen. ‘Geduld!’ herneemt ze: ‘Uw arts, o edel Heer, Gebiedt u rust. Vergeet niet mij te loonen, Wanneer ik u ontvoerd heb aan den dood!’ Zoo spreekt ze, en sust zijn hoofd in haren schoot.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.