12.
En rechts en links der achtbre Majesteit
Staan eerbiedvol twee hooge krijgssatrapen.
De een, in wiens vuist een zwaard zijn glansen spreidt,
Schijnt tot heraut van 't Heilig Recht geschapen.
't Groot Zegel toont des andren waardigheid.
De een voert als Hoofd der Oorlogsmacht het wapen;
De tweede draagt, als Leider van den Raad,
De inwendige belangen van den Staat.