15.
Al rustende op uw koets zult ge overwinnen;
Hier moet geen krijg beproefd, geen zwaard omklemd.
Zorg, dat Argant, met zijn verdwaalde zinnen
En rustloos bloed, uw kalmte niet ontstemt.
En wil hij weêr den ouden dans beginnen,
Zie naar een middel uit, dat hem betemt.
't Zal binnenkort den Hemel-zelv' gehengen
Den vijand krijg en u den vreê te brengen!’