17.
Geen Rhodus en geen Kreta is te ontwaren;
Maar Afrika komt nader - groen en frisch
Van buiten, maar van binnen vol gevaren,
Een leeuwenkuil, een heete wildernis.
Marmarika doemt blaauwende uit de baren,
Niet ver van daar 't aâloud Pentapolis.
Daar schemert Ptolomaïs! en daar kronkelt
De Lethe, die gelijk een goudstreep vonkelt!