67.
Hij meldt hoe Cajus, toen de uitheemsche benden
Het wanklend rijk bestormden, vol van moed
De teugels greep, een eind maakte aan de ellenden,
En de eerstling werd van Estees Vorstenstoet;
Hoe zich tot hem de zwakker buren wendden,
In schaaûw zijns throons veréénigd en behoed;
Hoe straks op nieuw Honorius de Gothen
Terugriep, die, als gieren neêrgeschoten,