73.
De Tooveres heeft met afgrijsbre draken
Heur berg bezet, Pythonen vol venijn:
Daar brult de beer, daar spert de leeuw zijn kaken.
Daar dreigt de tand van 't grimmig everzwijn.
Maar, doet terstond deez' wonderroede kraken,
En 't wangebroed zal weggestoven zijn!
Toch grimt, als gij dien bergtop hebt bestegen,
Een nieuw gevaar nog hachlijker u tegen!