66.
De kunstnaald etste een beeldengalerij
Op 't koopren vlak, door 's beuklaars rand omsloten.
Hier zag men heel de onafgebroken rij
Van dapperen, uit Accius gesproten:
Een heldenbloed, vóór menig eeuwgetij'
Uit aders van Romeinschen tuk gevloten.
Een lauwerkrans straalt rond hun voorhoofd heen;
De Wijze roemt hun daden één voor één.