41.
Al de Eilanden, die tot één groep behooren,
Zijn oostwaards in een schuinsche lijn gereid.
Welluidend doet de baai heur golfslag hooren,
Die ze allen op denzelfden afstand scheidt.
Op zeven hunner ziet men duidlijk sporen
Van woningen; maar doodlijke eenzaamheid
Dekt de andre vijf, alleen verstoord door 't huilen
Der dieren, die in woud en berggrot schuilen.