7.
Hoe moet uw ziel voor Hem van liefde gloren,
Die 't dwalend schaap ontfermend gadeslaat,
Dat onbedacht zijn herder heeft verloren!
Wiens goedheid u de toovermacht van 't kwaad
Ontrukte en thands door Godfried heeft verkoren
Tot d' anderen volvoerder van Zijn raad!
Toch moet, eer ge u tot zulk een taak kunt gorden,
Uw hart geheel van smet gezuiverd worden!