2.
Het prachtpaleis biedt honderd poorten aan,
Gedreven uit fijn zilver en bewogen
Door hengselen van goud. De Ridders gaan
Die hoofdpoort in, maar blijven opgetogen
Bij 't kunstwerk van heur schoone beelden staan.
Rijk is de stof, maar rijker in hunne oogen
Is de arbeid nog - alleen de spraak ontbreekt,
Toch is 't of elk tafreel in waarheid spreekt.