6.
Bij d' eersten gloor rukt Godfried uit naar 't veld,
En rangschikt dáár zijne onafzienbre scharen.
In Reimonts hoede wordt de Burcht gesteld:
Hij zal die met den oorlogsdrom bewaren,
Nog kort geleên uit Syrië aangesneld,
Om dankbaar aan hun redders zich te paren:
Daar voegt Buljon, hoe groot het aantal zij,
Toch nog een deel van zijn Gaskonjers bij.