52.
Zoo spreekt hij, en een hemelsche aandrift beeft
In ieder woord: Gods Geest vlamt uit zijne oogen.
Nu zoekt Buljon, die nooit zich ruste geeft,
Nieuwe' arbeid op. Maar aan de azuren boogen
Verschijnt de zon in 't teeken van de Kreeft,
En gloeit alreeds met ongekend vermogen.
Al 't werk vertraagt, en geen vermoeienis,
Hoe luttel ook, die langer draaglijk is.