115.
Nu peinst Vafrijn, hoe hij vóór de avonddampen
Zijn meester in het leger brengen zal.
Daar hoort hij wapens klettren, hoeven stampen,
Daar naakt een schaar: 't is Tankreds heldental!
Toen deze met verwoede' Argant zou kampen,
Stond aan zijn zij' die trouwe bende pal;
Op zijn bevel was zij teruggebleven,
Nu zocht ze hem, door heimlijke angst gedreven.