118.
Nog spreekt de Prins: ‘Draagt mij ter Koningsstad,
En niet naar 't Kamp, geliefde strijdgenooten!
Indien Gods raad mijn dood besloten had,
Dan sterve ik dáár! Dáár heeft het bloed gevloten
Van onzen Heer! dáár worde 't Hemelpad,
De poort van 't Paradijs, mijn ziel ontsloten!
Zoo wordt de wensch bekroond, die in mij brandt,
Zoo doet mijn hart zijn pelgrimseed gestand!’ -