49.
De Heidnen zijn te meerder prijs gegeven,
Daar zelden slechts een harnas hen bewaart.
Verbijsterd vliên de meesten die nog leven
Het dicht geschut van 't bliksemend gevaart'.
Slechts Solyman houdt stand, het zwaard geheven,
Terwijl hij 't dapperst overschot vergaârt.
Verwoede Argant klemt in zijn reuzenvingren
Een boomstam, om den toren weg te slingren.