20.
Karthago viel! Wat van haar overschoot,
Is naamloos puin. Zoo worden waereldsteden
En rijken, hoe roemruchtig ook en groot,
Na korten tijd in 't bloedig slijk vertreden.
En wil de mensch ontworstlen aan den dood?
O ijdelheid der machtloze ijdelheden! -
De boot zeilt linksch Biserta langs, en groet
Sardiniën, dat rechts zich speuren doet.