38.
‘Indien het doel der reize 't niet belet,’
Spreekt Karel thands, ‘zij mij de gunst beschoren,
Dat ik den voet op dezen bodem zet!
O vreugd! den aart dier volken op te sporen,
Hun staatsbestuur, hun leer en zedewet!
Hoe spitsen dan de wijzen eens hunne ooren,
Wanneer ik hen op alle vragen dien,
En juichen kan: “dat al heb ik gezien”!’