37.
Nu voert hij bij de hand hen door de holen,
Die anders door de baren zijn bedekt.
Daar speelt een licht, als wen, in mist verholen,
De bleeke maan heur avondpost betrekt.
Daar zien zij al de grotten en riolen
Der wateren, zoo ver het uitzicht strekt.
Wat stroomen ook tot 's waerelds kaart behooren,
Beek, meir, moeras, 't wordt alles daar geboren.