45.
Een vreemd gevoel, als nimmer hem bezwaarde,
Benaauwt zijn hart gelijk een marmersteen;
Zijn heldenzwaard zinkt machteloos ter aarde,
Maar laffe vrees - hij kent, hij voelt er geen!
Hij deinst, hij vliedt; en 't is hem steeds als waarde
Klorinde bleek en bloedend voor hem heen:
Neen, neen! hij kan dien aanblik niet verdragen,
Weg met die schim! dat bloed! dat jammerklagen!