27.
De brand neemt toe: de vuurkolommen spelen
En kringlen als een walmend muurgevaart'
Rond stam en tronk, voor de aksten en houweelen
Der Franken dus verwonderlijk bewaard.
De hoogste vlammen vormen burchtkasteelen,
Wier stoute spits zich aan de wolken paart;
En krijgsmachinen dreigen op de transen
Der nieuwe Hel, omheind van vuurge lansen.