144.
Zoo zegeviert Buljon. Zijn gloriepad
Is afgelegd. Nog blozen de avondtinnen:
Nu ijlt hij naar de Godgewijde Stad,
Wier vrijheid hij roemruchtig mocht herwinnen.
Dáár treedt hij, nog van 't rookend bloed bespat,
Met heel zijn heir den heilgen Tempel binnen,
Hangt al zijn wapens neder, knielt bij 't Graf,
En dankt den Heer, die hem de zege gaf.
einde van het tweede en laatste deel.