74.
Hij schudt het hoofd - daar siddren overal
De hemelen, de starren, de planeten;
Daar trilt de lucht, daar beven diepte en dal
En oceaan en berg en steenrotsketen.
Een bliksem vlamt, daar loeit een donderknal,
Omlaag begroet door duizend vreugdekreten,
Omhoog gesteund door 't daavrend Jubelchoor,
Dat voortrolt, heel de rij der Zaalgen door.