121.
En Reinout blikt rondom met vlammende oogen
Naar nieuwen kamp, maar 't krijgsgewoel heeft uit.
De Heiden vlucht, of ligt in 't stof gebogen,
Zijn vendelpronk werd 's Overwinnaars buit.
Door zachter drift wordt Reinouts hart bewogen:
Het bloedbad wordt op zijn bevel gestuit;
Hij slaat den blik meêwarig op de dooden,
En denkt aan haar, die eenzaam is gevloden.