61.
De derde dag, gewiekt ter kim gestegen,
Begroet den Frank, die rustloos zwoegt en werkt.
Geëffend zijn de hobbelige wegen,
De wapenen en 't oorlogstuig versterkt.
De slaap, ter sluiks en spade neêrgezegen,
Wordt meestal tot een enkel uur beperkt:
Zoo maken ze, onvermoeid, bewondrenswaardig,
In luttel tijds ten grooten storm zich vaardig.