28.
Deze Ubout zag van de eerste jonkheid aan
De zeden en gewoonten veler landen.
Zijn voet had bij den Noorderpool gestaan,
Gezworven door de Lybiaansche zanden;
Hij had een schat van kennis opgedaan,
Bij taal en tong van de allerverste stranden.
Welf, die zijn gaven schatte', had hem naast
Zijn vrienden aan zijn rechterhand geplaatst.